Archeologie: Klein Rome

Klein Rome

Naar aanleiding van de uitbreidingsplannen van de toenmalige gemeente Bemmel is vooruitlopend op de realisatie van de woningbouw op advies van de ROB door Archeologisch Adviesbureau RAAP in de jaren 1995-1997 archeologisch vooronderzoek uitgevoerd op de bouwlocaties 1 en 5. Doel van het onderzoek was het in kaart brengen van de archeologische waarden in het plangebied om in de verdere planvorming hiermee rekening te kunnen houden.

Evenals in de meeste aangrenzende gebieden bestaat het onderzoeksgebied grotendeels uit goed ontwikkelde stroomgordelgronden. Vooral wanneer de door rivieractiviteiten opgeslibde stroomgordels duidelijk hoger liggen dan de omgeving -ze worden dan stroomruggen genoemd- zijn ze in het verleden aantrekkelijk geweest voor bewoning. Zo is ook hier het geval geweest.

Op de brede Ressense stroomrug zijn in het verleden al talrijke vondsten gedaan uit met name de Romeinse tijd en de Middeleeuwen. Vanwege deze relatief hoge archeologische potentie is een intensief karteringsonderzoek uitgevoerd. Daarbij zijn op verscheidene percelen oppervlakte­waarnemingen verricht en werden meer dan 200 grondboringen gezet. Tijdens het onderzoek zijn drie vindplaatsen aangetroffen.

De eerste vindplaats, in de buurt van de Oude Postweg, betreft waarschijnlijk een Romeins en vroeg-middeleeuws (Merovingisch) grafveld. Dit valt op te maken uit oppervlaktevondsten die zijn gedaan: een wandfragment van een knikwandpot met stempeldecoratie, een randfragment van een glazen stortbeker (beide uit de Merovingische periode), kralen van glas en glaspasta en onverbrand botmateriaal. Bij nadere beschouwing bleek het om menselijke skeletresten te gaan. Dit leidde tot de veronderstelling dat op het terrein een Merovingisch grafveld gesitueerd moet zijn.

Daarnaast werden tijdens een kleine sondering (‘kijkgaatje’ van 50×50 cm) ook verbrand bot en roodbakkend aardewerk gevonden. Dit aardewerk is wellicht Holdeurnse fabricage (Nijmeegse waar) en dateert mogelijk uit de tweede eeuw na Christus. Deze vondsten duiden vrijwel zeker op een Romeins crematiegraf.

De tweede vindplaats, in de weilanden grenzend aan de boerderij ‘Oudenhof’, betreft mogelijk een nederzettingsterrein met vondsten uit de Late IJzertijd tot en met de Late Middeleeuwen. In 1969 zijn op de plek waar nu de boerderij staat ook al vondsten gedaan, zoals aardewerkscherven en een conische spinsteen uit de Late IJzertijd. Mogelijk betreft het hier één of enkele huisplaatsen, al dan niet deel uitmakend van een grotere nederzetting waartoe ook de Kerken­hof behoorde.

In het najaar van 1996 is in verband met de geplande bouwactiviteiten voor ‘Klein Rome’ een sloot gegraven. Deze sloot ligt voor een deel binnen het verspreidingsgebied van oppervlaktevondsten. Door Bureau Archeologie van de gemeente Nijmegen zijn de aangetroffen sporen met archeologisch materiaal opgetekend en verzameld. In het voorjaar van 1997 heeft het waarderend onderzoek van deze vindplaats plaatsgevonden. Daarbij is, mede naar aanleiding van eerdere resultaten, vast komen te staan dat het om een nederzettingsterrein gaat. De aangetroffen bewoningsresten dateren hoofdzakelijk uit de Middeleeuwen, maar de aanwezigheid van vroegere sporen IJzertijd-Romeinse tijd) kan niet worden uitgesloten.

Vindplaats drie, ten westen van de Oude Postweg, betreft eveneens een nederzettingsterrein. Tijdens het onderzoek is een grote hoeveelheid aardewerkfragmenten gevonden uit de periode van de Late IJzertijd tot en met de Late Middeleeuwen. Gezien de ligging van de vindplaats, nagenoeg grenzend aan het uit dezelfde periode daterende nederzettingsterrein op de Kerkenhof ten zuiden van de Ressensestraat, wordt aangenomen dat deze oorspronkelijk één geheel vormden.

De aangetroffen vindplaatsen concentreren zich alle in het gebied rond de oude kern van Ressen en zijn gelegen in de reservelocatie. In het overige deel (hoofdzakelijk bouwlocatie 1) kwam weinig archeologische informatie aan het licht. Dit betekende derhalve het groene licht voor de start van de bouwactiviteiten op ‘Klein Rome’. Het belangrijkste resultaat vanuit archeologisch oogpunt is de ontdekking van een tot nu toe onbekend grafveld (vindplaats 1). In dit grafveld bevinden zich vermoedelijk zowel (crematie)graven uit de Romeinse periode als graven uit de vroege Middeleeuwen. De vindplaats is van groot wetenschappelijk belang. Onderzoek van grafvelden levert niet alleen gegevens op over de graven zelf en de aanleg ervan, maar tevens over de nederzetting(en) waartoe het behoort. Vindplaatsen 2 en 3 hebben globaal dezelfde datering als die van de nabijgelegen ‘Woerdt’ en ‘de Kerkenhof’ (Late IJzertijd-Middeleeuwen). De clustering van vindplaatsen toont aan dat Ressen in het verleden een aantrekkelijke vestigingslocatie moet zijn geweest.


[1]    De gepresenteerde informatie is grotendeels gebaseerd op en overgenomen uit RAAP-rapport 136 Bemmel  bouwlocatie 1 en reservelocatie 5: een archeologische kartering en waardering (H.F.A. Haarhuis,  Amsterdam 1997) en RAAP-rapport 173Gemeente Bemmel bouwlocaties 3 en ‘Klaverkamp’: een archeologische kartering en waardering (H.F.A. Haarhuis, Amsterdam 1997).

error: Rechter muisknop uitgeschakeld!!